|
We zijn de wanhoop nabij; slapen niet die nacht. Die ene vraag spookt alsmaar door onze hoofden: wat moeten we doen? Doen we er goed aan om te wachten op een transplantatie met een donor uit ons gezin? Xavier is zo levendig, zullen we het risico lopen hem te verliezen door een transplantatie met een niet-verwante donor, als zijn lichaam het transplantaat afstoot of wanneer er complicaties optreden?
Mama besluit Professor Nassogne op de hoogte te brengen van het telefoongesprek. Hij neemt contact op met Professor V… en belt haar terug om te zeggen dat ze afgesproken hebben om een niet-verwante donor te beginnen zoeken en de transplantatieprocedure te starten zodra Xavier de eerste tekenen van regressie vertoont, indien op dat ogenblik nog geen transplantatie met een verwante donor mogelijk is.
Vrijdag 26 november 2004 gaat Xavier met zijn mama naar de KNO-specialist om zijn draineerbuisjes te laten nakijken. Ze zitten goed op hun plaats. Hij heeft nog postoperatieve kraakbeengroei. De BERA-test gaf < 30 dB in elk oor. Er mag nu zuiver water in zijn oren komen (absoluut geen zeepwater).
Xavier wijst nu naar wat hij hebben wil en schudt zijn hoofd als hij niet krijgt wat hij wil. Hij speelt krijgertje, loopt naar ons toe met zijn armen in de lucht, zodat we hem zouden oppakken. Als hij valt, weent hij en hij maakt deuren open als hij bij de klink kan komen…
Hij praat nog niet beter, maar verstaat wel steeds meer. Hij weet wanneer hij iets verkeerds heeft gedaan en terecht gewezen wordt. Kijkt ons dan schaapachtig aan en krabt in zijn haar.
Xavier biedt zijn wang aan als je hem om een kus vraagt, wordt graag gepakt en knuffelt met zijn kleine broer. Hij herkent zichzelf in de spiegel of op een foto, glimlacht, lacht en wijst naar zichzelf.
Woensdag 1 december 2004 krijgen we een e-mail van Dr. Aimé R…, kinderarts-geneticus aan het Lejeune-instituut in Parijs. Hij heeft een kind in behandeling gehad dat aan de ziekte van Krabbe leed, tot het kind gestorven is. We krijgen weer hoop en vragen hem om meer informatie over het verschijnen van de symptomen en het evalueren van de ziekte van dit kind. Maar het ging spijtig genoeg niet om de infantiele vorm en hij kan ons niet helpen.
Er is niemand in Europa die kan uitmaken of we de juiste beslissing nemen, of Xavier tijd heeft om te wachten. De beslissing om onze toevlucht te nemen tot een transplantatie met een niet-verwante donor wordt nog moeilijker omdat Xavier geen symptomen heeft, behalve zijn gebrek aan evenwichtsgevoel.
Papa en mama gaan Dr. Kurtzberg opzoeken in Amerika. Zij schijnt de persoon te zijn die het meest in staat is om onze vragen te beantwoorden. Naast het feit dat ze transplantaties heeft verricht bij kinderen, heeft ze ook één of meer patiënten gehad met een gelijkaardige diagnose als degene die bij Xavier is gesteld.
Daarenboven is Xavier er de laatste twee maanden enorm op vooruitgegaan, alsof hij de tijd die hij verloren had, wil inhalen. Hij is lief en ondeugend en vol levensvreugde, wat onze keuze nog moeilijker maakt.
Hij eet elke morgen koninginnengelei, met de toestemming van de kinderarts. We zijn immers te weten gekomen dat dit de weerstand verhoogt. Niet te verwonderen, als je bedenkt dat de bijenkoningin, die dit elke dag eet, 5 jaar oud wordt, terwijl een werkster gemiddeld maar zes weken leeft.
Als hij honger heeft, zoekt hij zijn slab en vervolgens een van ons, om hem in zijn hoge stoel te zetten. Hij morst minder tijdens het eten en begint een lepel te gebruiken. Hij eet graag Smacks, de enige zoetigheid die hij lust, sinds hij geen zin meer heeft in fruitsnoepjes.
Xavier gooit niet langer systematisch alles op de grond. Hij haalt lades en de onderste schappen van kasten leeg en komt de inhoud trots bij ons brengen. Hij wil zijn luiers helpen aandoen en loopt door de flat met een borstel achter zich aan, alsof hij de schoonmaakfee in hoogsteigen persoon is.
Hij begint te kijken in tijdschriften, vóór hij ze verscheurt, begint de bladzijden van zijn verhaaltjesboek om te draaien en krabbelt op papier. Xavier begint met zijn driewieler te rijden en laadt de speeltjes die hij wil meenemen in zijn truck.
Tekenfilms kunnen hem maar even boeien, zo lang als de muziek speelt, waar hij dan ook een paar dansbewegingen op maakt. Maar de patronen op het televisiescherm fascineren hem wel, alsof hij er in zou willen kruipen. Hij is nog steeds gefascineerd door telefoons en computers. Maar met de computer laten we hem niet zijn gang gaan, geen sprake van. Papa en peter zullen er een installeren die alleen voor hem is.
In de kribbe krijgt hij een xylofoon van Sinterklaas. Zijn peter geeft hem onder andere een eend die hij achter zich aan kan trekken, maar die hij voor zich uit weet te duwen. Hij valt wel nog regelmatig en zijn evenwichtsgevoel is nog niet stabiel.
Xavier zit graag aan zijn tafeltje met bankje en stoeltjes die even hoog zijn als hij. Hij geniet van de educatieve spelletjes die mama elke dag, terwijl ze aan het tafeltje zit, met hem speelt, om hem te stimuleren. Hij begrijpt veel, schuift vormpjes over touwtjes, maar nog niet in de juiste volgorde. Hij stopt de geometrische vormen in de juiste openingen.
Hij ruimt wat speelgoed op terwijl mama de rest opbergt, maar begrijpt dat hij de kamer niet uit mag vóór alles opgeruimd is.
Als het bedtijd is, gaat hij naar de kamer van papa en mama, op zoek naar papa. Die wacht tot hij in slaap valt en stopt hem dan in bed. Maar papa mag hem niet oppakken in de gang, dan begint hij immers te wenen omdat hij moet gaan slapen. Maar als hij ‘s nachts wakker wordt, weent hij hartverscheurend tot mama of papa hem komen troosten en hij weer in slaap valt.
Maandag 6 december 2004 krijgt hij zijn eerste accupunctuursessie. De sessie verloopt goed. Eric Van Roy, die een oosterse opleiding kreeg, steekt naalden in zijn hoofd. Xavier voelt het niet eens. Hij speelt de hele sessie met mama, bekommert zich totaal niet om de naalden.
Dinsdag 7 december 2004 gaat Alexander naar St. Luc voor een polysomnografie (slaaponderzoek). Net als zijn broer lijdt hij aan gastro-esofagale reflux. Mama blijft 24 uur bij hem, terwijl papa en oma voor Xavier zorgen.
Ze heeft een afspraak met de diëtiste in verband met het dieet van Xavier. Dr. Nassogne geeft haar een lijst met voedingsmiddelen die galactose bevatten of een afgeleide daarvan. Ze kan haar evenwel geen informatie geven over voedingsmiddelen waar fit-estrogenen in zitten (Xavier is allergisch voor de soja die ze bevatten). De neuroloog-kinderarts past zijn vitaminepreparaten aan, hoewel hij niet geneigd is om minder Pepti-junior voor te schrijven en niet zo gelukkig is met het dieet dat Xavier gaat volgen (vreest voor voedseltekort).
Vanaf nu eet Xavier niet langer zuivelproducten, maar een minimum aan fruit en groente die weinig galactose en/of afgeleiden daarvan bevatten.
‘s Morgens krijgt hij eerst en vooral 1 ml koninginnengelei, twee maal daags 1,2 ml Fer In Sol, 5 ml Zantac ’s morgens en ’s avonds, viermaal daags 2,5 ml Motilium, viermaal daags 1 eetlepel Calcigénol N.F., 1 koffielepel Avityl en ½ koffielepel Eskimo-3 (visolie).
Via Professor Nassogne verneemt mama dat Professor V. nieuws heeft over het kleine meisje dat aan de zieke van Krabbe lijdt en dat 16 jaar geleden, toen ze zes was, in St. Luc een transplantatie met een verwante donor heeft ondergaan. Ze vertelt haar dat het meisje het nu goed maakt en enkel wat gezichtsproblemen heeft en problemen met lopen.
We krijgen weer hoop en willen graag haar ouders ontmoeten. Misschien hebben zij een antwoord op sommige van de vragen waar we mee zitten, wat ons mogelijk in staat stelt de juiste beslissing te nemen.
Vrijdag 10 december gaat Xavier naar de kinderarts met mama. Hij is weer verkouden (Neobacitracine, Perdolan). Hij weegt 11,570 kg en meet 90 cm, maar zijn hoofdomtrek is dezelfde gebleven, ook als is hij zwaarder geworden en gegroeid.
Na enkele dagen is hij nog steeds niet beter en moet Dr. Soumoy hem weer antibiotica (Clamoxyl) geven.
Maar we zijn verbaasd omdat hij in minder dan een maand meer dan 500 gr aangekomen is. Dit bewijst dat zijn nieuwe dieet hem een goede basis biedt. We zullen dit dieet voortaan dan ook zo strikt mogelijk volgen.
We krijgen antwoord op de e-mail die we op 4 november naar VLM verstuurd hebben (waarin we verwijzen naar Katie, die net een transplantatie met een niet-verwante donor heeft ondergaan in de V.S.). In de e-mail staat: «...Mijn antwoord zal jammer genoeg weinig hoopgevend zijn voor u. De Franse specialisten zijn over het algemeen niet pro beenmergtransplantaties met betrekking tot de ziekte van uw zoon. De internationale aanbevelingen wijzen niet in de richting van transplantatie voor de infantiele vorm van de ziekte van Krabbe. Volgens de informatie die ik verzameld heb, is men er met de pogingen die in de V.S. gedaan zijn niet in geslaagd om de ziekte af te remmen, maar ik weet niet precies in welke context de pogingen zich situeerden...»
Dit antwoord sterkt ons in onze beslissing om naar de V.S. te gaan. Ten eerste gaat het immers niet om de infantiele vorm van de ziekte en ten tweede, deze specialisten zien geen andere oplossing dan Xavier te laten sterven.
Sinds een week zijn we in contact met Donald R. Harden, de coördinator van het Duke International Patient Centre, en June Allison Thacker, Klinisch Verpleegster, Pediatric Stem Cell Transplant, voor het regelen van ons verblijf in de V.S. We hebben daar op 27 december een eerste afspraak met Dr. Kurtzberg. Vandaag hebben we het programma ontvangen en het contract. We moeten de financiële zijde nog regelen. Het bedrag dat vooruitbetaald moet worden is enorm en moet voldaan zijn vóór we aankomen.
In het begin zijn we ontmoedigd. Het lijkt onmogelijk om een dergelijk bedrag op zo korte tijd gefinancierd te krijgen. We nemen contact op met onze vrienden en kennissen, maar niemand kan ons helpen. Bobcat, het bedrijf waar Nicholas werkt, schenkt ons drie vliegtuigtickets, maar kan op zo korte termijn niet over een sociale lening beslissen. Ook mama gaat met haar werkgever praten, International Crisis group. Zij geven dezelfde dag nog hun goedkeuring. Ze moet het bedrag ten laatste eind december 2005 terugbetalen.
Vrijdag 19 december heeft Xavier weer koorts en de kinderarts besluit dat hij niet langer naar de kribbe kan gaan. Hij is immers te zwak. Alle afspraken zijn gemaakt, de tickets zijn geboekt en we zijn echt bang dat we alles zullen moeten afzeggen omdat Xavier ziek is.
Dr. Soumoy staat achter onze beslissing om naar de V.S. te gaan. Ze vindt het goed omdat we geen precies antwoord krijgen op onze vragen en dus heel veel vragen hebben omtrent de weg die we moeten volgen. |